aanmelden
From chandelier to DMX
Light Gear 30-04-2014
door:

BACKGROUND ARTICLE

 

We leven in een tijd waarin mediakunst alomtegenwoordig is, in de vorm van audio, video of in dit geval in licht, waarover ik je een woordje zal vertellen. Of het nu gaat om de discotheek, een theater of om architectuurverlichting, ze hebben allemaal een gemeenschappelijke noemer: het DMX-protocol dat gebruikt wordt om informatie op te slaan, te programmeren of te spelen met alle verlichtingsproducten die we op de markt vinden. Om dit alles beter te begrijpen, stel ik voor om te beginnen met een stukje geschiedenis.

 

GESCHIEDENIS

Ongeacht het type programma of evenement: licht en akoestiek hebben altijd een belangrijke plaats ingenomen. In de tijd van de theaters van het oude Griekenland was er nog geen kunstlicht. Toen profiteerde men van de laatste zonnestralen door een gunstige ligging van het theater. In de Renaissance begon men met kunstlicht te werken. Kaarsen in kandelaars verschenen op het podium en verlichtten zowel de scene als het publiek. Het is in die periode dat Italiaanse architecten voor de eerste keer begonnen te experimenteren met podiumverlichting. Ze gebruikten reflectoren, die overigens ook door kappers werden gebruikt, om het licht te concentreren. Ook in deze tijd waren er de eerste experimenten met licht door glazen bollen waarin een gekleurde vloeistof zat die “bozze” werd genoemd.

Rond 1550 werd de podiumverlichting geboren. Maar dit systeem was extreem duur. De Opera van Versailles gebruikte op een gemiddelde avond zo’n 3.000 kaarsen. Als je weet dat een kaars zo ongeveer het weekloon is van een werkman… Deze informatie vond ik in een oud boek. In onze tijd zijn zulke hoge uitgaven (vergeleken met een gewoon salaris) al bijna niet meer choquerend, terecht of onterecht…

Het was nog wachten tot 1804 op dé echte sprong. Gas verving de kaarsen. Deze nieuwe techniek zou de verlichtingstechnieken een enorme duw in de rug geven. Zo was het bijvoorbeeld niet meer nodig om tijdens de voorstelling tijdig kaarsen te vervangen. Maar, het belangrijkste: we kregen controle over de lichtintensiteit. Nauwelijks enkele jaren later ontstonden de eerste “consoles” die toen “lichtorgel” werden genoemd. Deze naam dankten ze aan de vele leidingen en verschillende lampen. De werking ervan deed een beetje denken aan een orgel. Elke lamp kon afzonderlijk aangestuurd worden. Hoewel dit een enorme stap voorwaarts was, was het best gevaarlijk en hadden ze ook wel te kampen met behoorlijk wat geur- en rookhinder. In het begin van de jaren 1900 was er dan de elektriciteit. De PAR64 gloeilamp kwam op de markt en wordt tot op de dag van vandaag nog steeds gebruikt. Aanvankelijk werden deze armaturen aangestuurd door verschillende systemen, zoals de weerstanden, transfo’s en triacs (die we tegenwoordig nog steeds zien in dimmers). Het probleem is nu dat er veel mensen nodig zijn om dit systeem te laten werken. Elke lamp wordt immers afzonderlijk aangestuurd. Daarom werd besloten om een apparaat tussen de dimmer en de lamp te zetten. De eerste consoles zoals wij ze kennen zijn ontstaan na de Tweede Wereldoorlog. Ze werkten met verschillende protocollen, zoals “high-end” en “0/10V, en elke fabrikant voegde zijn persoonlijke touch toe. Dit gebrek aan uniformiteit zette het Amerikaanse Theaterinstituut aan om de norm te ontwikkelen die we vandaag nog allemaal gebruiken: DMX 512. Tromgeroffel graag!

 

DMX512, wat is dat eigenlijk?

DMX512 is een digitale taal waarmee verschillende apparaten met elkaar kunnen communiceren, in dit geval verlichtingsapparatuur. Dit protocol kan tot 512 kanalen aansturen met een waarde tussen 0 en 255. Het volstaat om de console aan te sluiten op het eerste toestel dat in serie staat met andere toestellen. Je kan op die manier tot 32 toestellen op dezelfde lijn achter elkaar aansluiten, met maximaal 16 kanalen per apparaat. We zijn nu zover dat een aantal van de gemotoriseerde toestellen die we vandaag kennen tot dertig kanalen kunnen tellen. Het is dus mogelijk om een aantal parameters te controleren, zoals intensiteit, panning (links/rechts), tilt (omhoog/omlaag), kleuren, bewegingen, etc. Het gebruik van DMX is met andere woorden geëvolueerd, ook al is het protocol nog altijd hetzelfde sinds het begin.

 

DE TOESTELLEN

De apparaten kunnen worden onderverdeeld in drie categorieën: de consoles van de huidige marktleiders “Avolites”, “MA Lighting” en “ChamSYS”. Vervolgens zijn er de lichtbronnen. De meeste bekende zijn de vaste projectoren, zoals PAR's, profiles, ADB's, etc. Dit zijn de zogenaamde traditionele lichteffecten. Projectoren ontvangen DMX niet rechtstreeks. Dit signaal wordt ontvangen door een dimmer Het wordt door een dimmer die de data zal omzetten in elektrische intensiteit. Tot slot zijn er de gemotoriseerde en te controleren toestellen. Die testen we op regelmatige basis in ons magazine.

 

BEKABELING & AANSLUITING

Hoewel hij lijkt op een microfoonkabel, is een DMX-kabel toch niet hetzelfde. Het gaat om een kabel met een impedantie van 110 Ohm, zoals voor het digitale audiosignaal AES-EBU. De standaardconnector is de vijfpolige XLR waarvan pinnen vier en vijf meestal niet gebruikt worden. Dat is een omstreden onderwerp… Sommige fabrikanten van topproducten gebruiken deze twee pinnen om ons feedback te geven over het gebruikte apparaat. Als ik het me goed herinner werken Varilite en Clay Paky op die manier. Avolite is dan weer van plan om deze twee resterende kanalen te gebruiken om een tweede lijn te krijgen in dezelfde kabel. Het volstaat dan om een soort adapter in elkaar te knutselen om deze twee lijnen te scheiden. In ieder geval kan een driepolige XLR de klus dus ook klaren. Dat is de reden waarom de meeste fabrikanten hun toestellen ook met een 3-pins aansluiting hebben uitgerust.

 

WAT BRENGT DE TOEKOMST?

DMX zoals wij die kennen zit op zijn hoogtepunt. Met de komst van Wifi zal de DMX-bekabeling langzaam maar zeker afnemen en misschien zelfs verdwijnen. Daarnaast heeft ook het protocol zijn hoogtepunt bereikt. De machines worden steeds zwaarder en gebruiken steeds meer data. Daarom staat een andere technologie op het punt door te breken: het Art-Net. Maar, dat is een ander verhaal, voor een ander artikel...